Voorbeeld stap 1. Oriënteren op vallende zaadjes

Uit het logboek van groep X, Jan, Mieke en Hubert uit een havo/vwo brugklas:

  • Je moet de zaadjes los van elkaar halen om ze te laten draaien.
  • Het linker- en rechterzaadje zijn elkaar spiegelbeelden.
  • Als je een zaadje omhoog gooit, valt het draaiend naar beneden. Bij ‘gewoon’ loslaten, draait het pas als het een stukje gevallen is. Het is moeilijk te zien welke kant de zaadjes op draaien.
  • Op internet vonden we dat de zaadjes afkomstig zijn van de esdoorn. En dat een helikopter ongeveer hetzelfde werkt als de draaiende zaadjes.
  • Onze lijst met vragen:
    • gaat een zaadje altijd dezelfde kant op draaien?
    • waarom gaan twee zaadjes aan elkaar niet draaien (en de twee wieken van een helikopter wel)?
    • draaien twee ‘tweeling-zaadjes’ tegen elkaar in?
    • hoeveel langer doet een draaiend zaadje over zijn val?
neushoorn rechts