Stap 1. Oriënteren op vallende zaadjes

  • Vorm een groep van drie leerlingen
  • Je groep krijgt een aantal zaadjes. Ga ontdekken wat daarmee aan de hand is, bijvoorbeeld door:
    • te kijken, te voelen, een zaadje open te maken
    • een zaadje te tekenen
    • zaadjes te ordenen: leg gelijke zaadjes bij elkaar
    • zaadjes op verschillende manieren te laten vallen
    • met je mobieltje een filmpje te maken van een vallend zaadje
  • Zoek eventueel informatie over deze zaadjes in boeken, op internet

⇒ Maak een vragenlijst over de zaadjes waarop jullie het antwoord nog niet weten

  • Wat hebben jullie allemaal gedaan met de zaadjes? Wat heb je daarmee ontdekt?
  • Wat hebben jullie gedacht bij de vallende zaadjes:
    • wat wist je er al van?
    • wat wil je er nog méér over weten?
    • wat is het nut van onderzoek naar ‘vallende zaadjes’?
  • Welke informatie hebben jullie over vallende zaadjes verzameld?
  • Kijk naar jullie lijst van vragen over vallende zaadjes:
    • welke ervan vragen een beschrijving van een verschijnsel (bijvoorbeeld ‘hoe snel draait het zaadje’)?
    • welke ervan vragen naar de oorzaak van een verschijnsel (bijvoorbeeld ‘waardoor gaat het zaadje draaien’)?

⇒ Stap 1 van een onderzoek heet ‘je oriënteren’

⇒ Noem drie dingen die jou belangrijk lijken bij het oriënteren op een te onderzoeken verschijnsel